Reisverhaal «Op een wondermooi eiland»

Zon, rijst en gelukskoekjes | Taiwan | 0 Reacties 23 Februari 2019 - Laatste Aanpassing 05 April 2019

Als je weet dat Okinawa, een Japans eiland, hoog op mijn reisverlanglijst staat, kan je wel raden dat ik naar Little Okinawa, of in het Chinees Xiao Liuqiu, moet gaan. In werkelijkheid ga ik naar Lambai Island, ook al staat het eilandje zo nergens vermeld. De attracties, als je niet snorkelt of niet duikt, zijn niet bijster groot. Ik laat me er niet door tegenhouden. Little Okinawa zal mijn voetstappen rijker zijn. 

Op papier is een ferry nemen een kleine klus. In een half uurtje sta je vanaf Donggang op het eiland. Eens ik aan wal sta, denk ik daar anders over. Zeker als de golven stevig tegen de scheepskade klotsen. In de haven valt het nog mee, maar eens op zee maakt mijn maag de u-turn die ikzelf zou willen maken. Ik tel diep in- en uitademend de minuten af. 

Betaalbaar logement vinden op het eiland was geen sinecure. Omdat ik de voorkeur geef aan een private room, boekte ik iets in het binnenland, op twee kilometer van de haven. Laten we zeggen, relatief betaalbaar. In mijn ogen, voor een hostel, gigantisch duur. De jonge eigenaar ontvangt mij in een tweede hostel, dichtbij de haven, waar ik de sleutel moest ophalen. Ik heb geluk. Hij neemt me mee achterop de brommer. Als we steil bergop gaan, moet ik fel weerstand bieden aan de zwaartekracht die het gemunt heeft op mijn loodzware rugzak. Het lijken twee lange kilometers en ik kan er ook bij zeggen dat mijn hostel op het hoogste punt van het eiland ligt. Google Maps beschrijft de route als gedeeltelijk vlak.

In de buurt van mijn hostel kan je niets kopen om te eten. Voor de zon ondergaat, ga ik op verkenning. De wind blaast hard over het eiland en dat verklaart meteen ook mijn stormachtige ferrytocht. Ik heb geen zin om helemaal tot aan de haven terug te wandelen waar de meeste restaurantjes en winkeltjes zijn. Mijn avondmaaltijd verteer ik in de 7-Eleven. In Taiwan zijn de meeste gemakswinkels uitgerust met zitplaatsen en vaak ook een toilet. Het bakje gaat rechtstreeks van het koelvak de microgolfoven in en belandt binnen de paar minuten op een dienbord. Ik heb een andere definitie van lekker, maar die luxe heb ik vanavond niet. Ik neem voor de zekerheid ook wat snacks mee. 

Op papier is het eiland rondwandelen goed te doen. De wind is de volgende ochtend gaan liggen en ik start vol goede moed mijn eerste traject. Dat ik moet klimmen en dalen is lastig, maar niet onoverkomelijk. De grootste hindernis is de verlatenheid. En potentiële honden. Zolang er huizen zijn, zijn er vaak ook mensen en durf ik de beesten te trotseren. Ik vind het vooral beangstigend op lange stukken eindeloze weg waar niemand woont en slechts af en toe een brommertje passeert. Ik zit een beetje strop en beslis om naar de haven te wandelen waar ik van de Vase Rock via de hoofdstraat naar de Lobster Cave wandel. Daar gebeurt iets magisch. 

En dat terwijl ik juist ging concluderen dat het een misvatting was om naar dit eiland te komen. Ik trek mijn ogen laatdunkend op. Wat had ik mij voorgesteld? Ik sta te kijken naar een rots in de vorm van een vaas. Aan de grot probeer ik logischerwijs de vorm van een kreeft te ontwaren. Of zouden hier kreeften zitten? Ik kijk over de rand, recht de zee in. En dan zie ik wat ik niet had durven dromen. Een zeeschildpad deint op de golven. Hoeveel ze zich ook verzet en tegen de stroom zwemt, ze keert altijd terug mee naar de rotskant. Ze is niet alleen. Er is nog een iets kleinere zeeschildpad die iets gemakkelijker te spotten is door haar oranjerode schild. Een half uur later zijn ze al met drie. Ik ben betoverd. Van bovenop de rots kan ik de zeeschildpadden gadeslaan zonder ze te storen. Ik dacht dat dit een voorrecht was voor snorkelaars en duikers. Ik sta hier bovendien helemaal alleen en geniet een uur lang van de privévoorstelling. 

De zeeschildpadden hebben me energie gegeven. De beslistheid om mijn dwaas concept dat ik het eiland rond moet wandelen of doorkruisen te laten varen. En de daadkracht om na de lunch toch nog een stevige wandeling te ondernemen. Langs de rotskust, via een mooi aangelegd wandelpad, langs spelonken en uitkijkpunten. Op de terugweg kom ik een busje tegen. Het rijdt toeristen rond van de ene attractie na de andere, van de haven tot aan de andere kant van het eiland. Een te late ontdekking. Toch verzoen ik mij met mijn beslissing. Ik hoor niet op zo een busje met toeristen die geen honderd meter kunnen of willen stappen. Ik heb ook vrede met mijn tweede sobere avondmaal, achter het raam van de 7-Eleven, een hap eten en intussen mensjes kijken. En dat allemaal op een wondermooi eiland. 

 

Print Friendly and PDF

 

 

 

Fotoalbums van locatie «Xiaoliuqiu»

Little Liuqiu Island (58)

23 Februari 2019 | Zon, rijst en gelukskoekjes | Taiwan | Laatste Aanpassing 14 Maart 2019

 

Plaats een Reactie

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking